Cambodja

2004

Vlag

Phnom Penh - the killing fields - Angkor Wat

De Angkor Wat ???

Op Valentijnsdag vertrokken we met de trein, houten banken, naar de grens van Cambodja, Poipet dus. Nou Pet was het inderdaad. Nee niet het land, maar de wegen. Eerst maar eens de grens over dachten we zo. We hadden geluk want er waren net een paar bussen met taaie taaien aangekomen die ff gingen gokken aan de andere kant van de grens (gokken = verboden in Thailand). Gevolg was dus een giga rij in de brandende zon. het kostte een uur om Thailand uit te komen en vervolgens 5 minuten om Cambodja in te komen en toen begon het feest. Altijd leuk als je in een nieuw land komt want je weet niet wat alles kost en hoe het in zo’n land er weer aan toe gaat. We moesten vervoer hebben naar Siem Reap (spreek uit : Siem Riep). Wat riep ie dan ? My taxi my taxi….joe nied transport ? Afijn, dat waren bekende verhalen maar wat kost het ? De Lonely Planet bood wel enig uitzicht, maar toch, er moest gehandeld worden. Uiteraard moesten we anderen niet vertrouwen, moesten we met ‘die ene’ jongen mee enz enz. Eerst maar eens een paar dollars wisselen voor de Riel. Daar begon het gedonder al…….lage koers en ook nog te weinig geven. Natellen….oh ja sollie…..even wat Rieltjes erbij halen, alles van me afpakken, doen alsof je het natelt en weer teruggeven. Ik weer tellen dus. Weer fout. Welkom in Cambodja. Vervolgens voor 2 flessen water het 5-dubbele betaalt van wat de fles hoort te kosten. Ga ik het onderhandelen dan toch verleren ? Gelukkig niet, bleek later.

Stofhappen

We stapten uiteindelijk voor een redelijk bedrag in een airco pick-up, de locals gingen achterin in de open bak. We hebben geen asfalt meer gezien. De weg was slechter dan de slechtste weg in Tibet en onze rugzakken waren bij aankomst grijsrood. Onderweg niets dan kuilen, gaten in bruggen en borden langs de kant ‘gevaar-landmijnen’ (stond er niet in het Nederlands hoor) maar de chauffeur bleef lachen en dat scheelde. Eenmaal in Siem Raep werd ik nog net niet de auto uit gesleurd door iemand die wel een guesthouse wist, maar ja, dat wisten die andere 27 jongens ook. Hier bood de LP wel goed uitkomst en we gingen zowaar rechtstreeks naar het guesthouse. Prima tent, nix mis mee….het heette kennelijk niet voor niets ‘Popular Guestthouse” 🙂 De volgende dag een tuk-tuk geregeld om naar alle tempels te rijden. De fiets kan ook, maar vele tempels liggen wel erg ver uit elkaar, dus dit was een betere oplossing, zeker ook met die temperaturen. De Angkor Wat was in 1 woord WAANZINNIG ! Een echt wereldwonder. We hebben andere horen zeggen dat het de eerste keer was dat ze gingen ‘wat’lopen zonder laarzen ! Het was adembenemend, we zijn er 2 volle dagen gebleven om zoveel mogelijk te bekijken en we kwamen zelfs het mannetje die voor op de Lonely Planet staat nog tegen.

Met de boot naar Phnom Penh

De volgende dag, ik geloof de 17 e , gingen we met een busje naar de ‘pier’ vanwaar we naar DE boot werden gebracht die ons naar Phnom Penh (PP) zou brengen. Het was laag water vanwege de droge tijd, vandaar ook het tussen transport. Ik zal de aankomst aldaar nooit vergeten. je hebt arm en arm, maar die mensen waren arm. Een bamboo vlondertje met een rieten dakje erboven, dat was het. Een setje kleren maar wel vers stokbrood aan de toeristen verkopen. Overal rook het naar net niet dagverse vis en de Cambodjanen maken zich niet echt druk of ze nou over land of door water lopen. Afijn, alle toeristen, alleen maar rugzakkers, werden in de diverse kleine bootjes geladen en op weg ging het naar de grotere boot. Uiteraard kreeg ons bootje als eerste motorpech, maar de bestuurder verblikte of verbloosde niet, trok zijn kleren uit (bijna alles) en dook het water in met een mes en kwam even later met een bos gras weer lachend boven, motor weer aan en varen maar. Het 2 e deel van de rit was redelijk saai, 1 groot open meer. Anderhalf uur voor PP voeren we weer tussen 2 wallenkanten door zodat er weer wat te zien viel. Uiteindelijk kwamen in PP bij de kade waar we er weer af moesten en wat daar stond heb ik nog nooit gezien. Ik denk dat er 50 mannen stonden, allemaal met een bordje van een guesthouse. Wat dat voor taferelen gaf laat zich raden. Om een lang verhaal kort te maken, we kwamen uiteindelijk midden in de stad uit in een redelijk hotel waar ook weer hele verhalen over te vertellen vallen.

De Killing Fields en S-21

De volgende dag gingen we DE bezienswaardigheden van PP bekijken, zijnde het museum (?) S-21 van Pol Pot, de Killing Fields en het Grand Palace. Over de eerste 2 wil ik niet al te veel zeggen. Eigenlijk alleen maar : te gruwelijk voor woorden en dan te bedenken dat het zich maar 20 jaar geleden heeft afgespeeld. Een toren met veel glas waarin de vele schedels zijn te zien, zijn de stille getuigen van de gruwelijkheden die daar ooit hebben plaatsgevonden. het museum, de vroegere ‘school’ van Pol Pot is helemaal niet te beschrijven. Caroline heeft het einde van de rondleiding niet gehaald, zegt genoeg denk ik zo. Na het museum konden we als dagafsluiting naar een luchtiger onderwerp en wel het Grand Palace wat zijn leest een beetje heeft gevonden in het Grand Palace van Bangkok, echter dan zonder goud. Gelukkig heeft dit arme land zijn geld niet in onnodig goud van een paleis zitten. Er staat 1 bijzonder tempel en wel die met de zilveren vloer. Elke tegel weegt 1 kilo en, nee ik heb er niet eentje meegenomen. Wel stiekem een foto gemaakt 🙂 Na het paleis lieten we ons afzetten, letterlijk deze keer, bij de grote markthal van PP waar ook een paar terrasjes te vinden zijn. Aangezien een trekking in het noorden van Cambodja financieel niet haalbaar was, Cambodja is het duurste Aziatische land, besloten we om de volgende dag 2 dagen naar het strand in het zuiden te gaan en vervolgens via Bangkok en Chiang Mai alsnog 2 weken naar Laos te gaan.

Shianoukville

In 4 uur reden we de volgende dag met de bus naar het strand. Je kan en mag het niet vergelijken met de stranden van Thailand en dus deden we dat ook niet. We hadden mazzel met het weer en een aardig guesthouse. Ontbijten, lunchen en het avondeten deden we op het strand, heerlijk met een briesje onder de parasol. Overdag komen er ontzettend veel bedelaars voorbij. Het enige waar we aan toegeven is kinderen en dan niet met geld maar met wat eten. Het is niet leuk om al die bedelaars te zien, maar geef je er eentje wat, dan staan er meteen 6 om je heen. Je zou willen dat je $ 1000 extra had om elke dag elke bedelaar 1 of 2 dollar te geven. helaas verkeren wij niet in die positie. We kopen fruit bij 1 van de kinderen, want kinderarbeid is daar meer dan normaal. Voor 1 dollar wordt er een hele ananas schoongemaakt en krijg je er nog 2 bananen bij cadeau. Sla dat maar eens af……en ik sla al niets af anders dan vliegen. Wij vonden het daar niet verkeerd hoewel we andere verhalen hoorden van ‘helemaal niks’ tot aan ‘geweldig’. Met beiden waren we het niet eens. De 22 e vertrokken we weer vanuit Shianoukville per boot naar het grensplaatsje Koh Kong om meteen naar Trat (Thailand) te rijden. De volgende dag naar BKK met de bus en diezelfde avond met de nacht-slaap-trein naar Chiang Mai. Op naar Laos……laatste halte 🙁

Overige foto’s staan in het digitale album.
Let wel, foto’s destijds (2004) analoog gemaakt en nu middels een app digitaal gemaakt. Geen kwaliteit anno 2020 dus 🙂.